« Terug (De basis van metaaldetectie)

Wat is metaaldetectie?

Inhoudsopgave

Artikel voor het laatst bijgewerkt op .

Een introductie in de wereld van metaaldetectie

Metaaldetectie is het opsporen van metalen voorwerpen of deeltjes op of onder het oppervlak. Vaak is dit oppervlak zand, al dan niet begroeit met gras. Metalen voorwerpen bestaan uit 1 of meerdere metalen, zoals ijzer, koper, lood, en brons. De lijst van metalen is natuurlijk nog veel langer.

Metaal heeft de eigenschap dat het elektriciteit en warmte kan geleiden. Mede hierdoor is het mogelijk om een metalen voorwerp te detecteren, door gebruik te maken van elektromagnetische velden. Met behulp van een metaaldetector kunnen we een dergelijk veld opwekken en weer meten. Komt er iets van metaal langs onder de zoekspoel van de metaaldetector, dan kan deze dat meten en rapporteren.

Metaaldetectie als hobby

In Nederland is de hobby populair onder alle leeftijden. Sinds 2016 is het toegestaan om met de metaaldetector op pad te gaan, mits je je aan de regels houdt. We noemen iemand die de hobby beoefent een dectorist.

Hulpmiddelen voor metaaldetectie

Voor het uitoefenen van de hobby zijn maar weinig materialen nodig en dat maakt het erg toegankelijk.

Metaaldetector

Het belangrijkste stuk gereedschap voor metaaldetectie is uiteraard de metaaldetector. Dit apparaat bestaat uit een stang met aan de onderzijde ene zoekspoel en bovenaan een functiehuis. Vaak zijn de zoekspoel en het functiehuis bedraad en loopt deze draad over de stang naar boven. Het functiehuis stuurt de zoekspoel aan, inclusief het verwerken van de ontvangen signalen. Het functiehuis heeft vaak ook een schermpje. Hele simpele (kinder)modellen hebben een analoog schermpje, maar tegenwoordig zijn ze bijna allemaal digitaal.

Op het scherm zal de metaaldetector informatie kunnen geven over het ontdekte signaal, zoals:

  • Geleiding van een materiaal
  • Materiaal wel of niet van ijzer
  • Mogelijke diepte

Schep

Na het ontvangen van een signaal is het aan de detectorist om te kijken of hij of zij wil gaan graven. Volgens de Nederlandse wetgeving mag je tot 30 centimeter diep graven. Het is handig om dan een schep te hebben, zeker als het zand begroeid is met gras. De schep is vaak een meter of kleiner, zodat deze gemakkelijk mee te nemen is. Je wil immers niet continu een zware schep achter je aan sjouwen.

Aangezien het de bedoeling is dat we netjes met de grond en het landschap omgaan, is netjes graven erg belangrijk. Zeker in een grasveld willen we geen extra kuilen veroorzaken of het gras laten afsterven. Vaak is het daarom verstandig om in een U-vorm te graven. We kunnen dan aan de onderzijde van de U gebruiken om de grond “open te klappen”. Dit helpt na het zoeken van het metalen voorwerp om het gat weer netjes te vullen, door het kluitje weer terug te klappen in het gat.

Voor het subtielere werk, zoals het vinden van een vondst, kan een handschep of grasmes handig zijn. Een handschep helpt met het graafwerk of juist het blootleggen van de vondst in de kluit. Een grasmes is eigenlijk ook een handschep, met daarbij een kartelrand en/of scherpe zijde. Hiermee kun je gemakkelijker door gras heen komen, zeker als een vondst bijna aan de oppervlakte ligt. In dat geval is een klein gaatje maken gemakkelijker (en beter voor het gras) dan een volledige kluit eruit scheppen.

Pinpointer

Na het graven en openen van het gat, is het voorwerp niet altijd direct zichtbaar. Het kan in de kluit zitten, maar ook nog steeds in het gat. Met behulp van een pinpointer kunnen we onderzoek verrichten. Deze pinpointer is een mini-metaaldetector, die vaak in 360 graden kijkt of er iets van metaal in de buurt zit. Als dat zo is, dan werkt hij als een verklikker en geeft hij dit door middel van piepjes aan. De meeste pinpointers hebben nog wat extra functionaliteit, zoals het sneller piepen als ze heel dichtbij een voorwerp zijn. Andere opties zijn het instellen van gevoeligheid, het geluid en eventueel de trilfunctie.

Vondstentas

Als we iets van metaal hebben gevonden, dan nemen we dat altijd mee in een vondstentas. Dit is vaak een heuptas met 1 of meerdere vakken. De enige uitzondering is als iets echt zodanig groot is dat het niet niet in de vondstentas past. Dan is het aan de detectorist om er zo netjes mogelijk mee om te gaan, zoals het meenemen in de auto, overhandigen aan de boer, of melden bij de gemeente.

Optionele hulpmiddelen

Natuurlijk kun je als detectorist zelf kiezen welke metaaldetector, schep en vondstentas je gebruikt. Sommige zoekers zullen met een rugzak lopen, terwijl de ander er slechts op uit gaat met een vondstentas, klein handschepje en een pinpointer.

Gerelateerde artikelen

Meer leren over metaaldetectie? Bekijk dan eens de volgende artikelen: